

Het griezeligste aan het contact met buitenaardse wezens is misschien wel de mogelijkheid dat ze hier zijn om experimenten op mensen uit te voeren.
Aan de andere kant- zou ontvoering door buitenaardse wezens slechts een waandenkbeeld kunnen zijn?
De ongelooflijke en angstaanjagende gebeurtenissen op de avond van 5 november 1975 zouden het leven van Travis Walton en zijn zes collega's in Snowflake, Arizona voorgoed veranderen. Na hun werk in het bos waren ze op weg naar huis toen ze een fel licht door de bomen zagen schijnen. Terwijl hun vrachtwagen piepend tot stilstand kwam, werden ze geconfronteerd met een ontzagwekkend schouwspel.
"Even voorbij de bomen zagen we plotseling waar dat felle licht vandaan kwam. Een metalen schijf, die zo'n 100 meter verderop in de lucht hing en gloeide," herinnert Walton zich.
De onstuimige Walton sprong uit de vrachtwagen en rende naar het ruimteschip. Zijn vrienden waren voorzichtiger en bleven zitten. Maar Walton wilde absoluut het ding van dichtbij zien. Toen hij er bijna onder stond, was hij ineens niet meer zo dapper. Hij wilde terug naar de vrachtwagen rennen. Het lukte niet.
Mike Rogers, de voorman van de ploeg, zag hoe een "blauwe straal energie" Walton in de rug trof. In paniek trapte Rogers het gas in en reed weg. Toen hij zich een paar honderd meter verder realiseerde dat hij zijn vriend voor dood had achtergelaten, bedacht Rogers zich. Hij reed terug en zag het ruimteschip opstijgen en verdwijnen. Walton was nergens te bekennen.
Aanklacht wegens moord.
Na vijf dagen en een massale zoektocht door de politie, was er nog geen spoor van Walton. Maar net toen de politie de ploegleden wilde aanklagen wegens moord, dook Walton weer op.
Hij werd naakt in een telefooncel gevonden aan de rand van de stad. Hij was sterk uitgedroogd, ijlde en was half dood. Eindelijk, na maanden herstel, kon hij zich delen van het voorval herinneren. Hij wist nog, dat hij het ruimteschip werd binnengebracht. "Ik lag op een tafel... Ik zag een paar vreemde figuren die zich over me heen bogen. Ik ging compleet door het lint. Ik sloeg ze van me af, maar was zo zwak dat ik in elkaar zakte. Ze duwden me terug op de tafel, deden een kap over mijn gezicht, en ik verloor het bewustzijn."
De waarheid.
Wat de ontvoering van Travis Walton interessant maakt, is dat het geval een van de weinige is waarbij onafhankelijke getuigen aanwezig waren. Nog ongewoner is dat hij vijf dagen zoek was. Tegenwoordig duren de meeste ontvoeringsgevallen maar een paar uur.
Sceptici hebben jarenlang geprobeerd het verhaal van Walton onderuit te halen. Omdat ontvoeringen in de jaren "70 zeldzaam waren, werden Walton en zijn vrienden belachelijk gemaakt en beschuldigd van oplichterij. Toch kon ook een leugendetector de betrokkenen niet op onwaarheden betrappen en werd de zaak ondanks langdurig onderzoek niet "opgelost".
De ontvoeringen vinden allen plaats in scherp afgebakende perioden, waarin constant meldingen gedaan worden door mensen uit de hele wereld. Het is in het algemeen een modern fenomeen van na de oorlog.
De eerste ontmoeting.
Onderzoekers erkennen dat de ontvoeringen op 20 september 1961 begonnen. Betty en Barney Hill reden rond middernacht door New Hampshire, toen ze een "pannekoekvormig ding zagen, met twee rijen raampjes", dat hen leek te volgen. Ten slotte ging Barney de snelweg af en naderde langzaam tot op 25 meter "een enorme ring met uitstekende vinnen en rode knipperende lichtjes" die in de lucht hing.
Doodsbang racete het echtpaar Hill weg, maar even later begon de auto te schudden. Toen hoorden ze een vreemd piepend geluid en daalde een soort mist over hen neer. Bij thuiskomst ontdekten ze dat hun beider horloges twee uur achterliepen. Ze konden zich niet herinneren wat er in de twee "ontbrekende" uren was voorgevallen.
Daarna werden ze beiden gekweld door nachtmerries. Om erachter te komen wat er was gebeurd, stemden ze uiteindelijk toe in het ondergaan van wat een "hypnotische regressietherapie" genoemd wordt.
Hypnotische regressie haalt verdrongen emoties naar boven. Onder hypnose beschreef het echtpaar Hill hoe ze aan boord van de UFO waren gebracht door "kale wezens van ongeveer 1,5 meter lang, met peervormige hoofden, een grijze huid en schuine kat-achtige ogen".
Vooral Betty wist een levendig beeld te schilderen van wat zich tijdens de "verloren" uren had afgespeeld. Ze herinnerde zich ook een medisch onderzoek. Ze hadden stukjes weefsel bij haar weggenomen en een lange naald in haar navel gestoken. Betty beweerde dat het bij een "zwangerschapstest" hoorde. Ze toonden haar een kaart van het sterrenstelsel Zeta Reticuli. Betty geloofde dat de buitenaardse wezens haar wilden laten zien waar ze vandaan kwamen.
Ontvoerde of contactpersoon?
De kenmerken van ontvoeringen zoals die van het echtpaar Hill staan in schril contrast tot de kleurrijke verhalen van mensen die beweerden "contactpersoon" te zijn. Hun dubieuze ontmoetingen met buitenaardse wezens vulden rond 1950 de Amerikaanse sensatiebladen.
De eerste en beroemdste contactpersoon was George Adamski, die beweerde dat hij door verschillende mens-achtige buitenaardse wezens bezocht werd en in UFO's naar Venus, Mars en Saturnus was geweest. Adamski en andere contactpersonen werden al snel niet meer geloofd, en door hun verzinsels raakte de geloofwaardigheid van het UFO-onderzoek jaren achterop. Het duurde tot begin jaren "80 voordat de UFO-wereld en later het publiek de verhalen over ontvoering door buitenaardse wezens serieus namen.
Over buitenaardse wezens gesproken.
In juni 1992 was het Massachusetts Institute of Technology (MIT) voorzitter van een studie-conferentie over ontvoeringen- het eerste wetenschappelijke debat over ontvoeringen door buitenaardse wezens. Het was een poging om vooraanstaande onderzoekers in staat te stellen hun bewijs naar voren te brengen en diende als forum voor een serieuze wetenschappelijke discussie.
Bij deze MIT-conferentie waren drie van 's werelds meest vooraanstaande experts aanwezig. Veel van de bewijzen over "de realiteit" van ontvoering door buitenaardse wezens komt uit hun onderzoek. Budd Hopkins deed veel baanbrekend onderzoek naar ontvoeringen. Dr. David Jacobs, als professor in de geschiedenis verbonden aan de Temple Universiteit, heeft 25 jaar lang onderzoek gedaan naar UFO's. Maar de invloedrijkste geleerde in het "ontvoeringskamp" was misschien wel Dr. John E. Mack, professor in de psychiatrie aan de Harvard Medical School en winnaar van een Pulitzer prijs.
Een van de resultaten van de conferentie was het besef dat een groot aantal verschillende mensen op dezelfde wijze hun ontvoering beschreef, met dezelfde details over hun ervaringen en over de buitenaardse wezens. Voor de onderzoekers was dit een sterk bewijs dat ontvoeringen een realiteit zijn. Want als ontvoering door buitenaardse wezens alleen maar een waanvoorstelling was, zouden de verhalen door de fantasie worden ingegeven en dus sterk van elkaar verschillen. Maar nee, ze vertoonden sterke gelijkenis en hadden steeds terugkerende patronen.
In buitenaardse handen.
Als de ontvoerden eenmaal in het ruimteschip zijn, hebben de buitenaardse wezens hen volledig in hun macht. Meestal moeten ze zich uitkleden en op een tafel gaan liggen. Daarna worden er vaak pijnlijke en angstwekkende chirurgische ingrepen gedaan op hun lichaam. Eenmaal terug op aarde, is bij de meesten de herinnering daaraan op een of andere manier gewist en kan alleen onder hypnose worden teruggehaald.
Dr. Mack voert bewijs aan uit verschillende gevallen in zijn praktijk. "Er zijn diverse soorten fysiek bewijs voor ontvoering", zegt hij. "Mensen met volledig genezen littekens, die er eerst niet waren. Ook zijn er met CAT-scans vreemde implantaten in hun lichamen gevonden. Sommige zijn verwijderd en onderzocht."
Tot nu toe blijkt uit chemische analyse van die implantaten dat ze bestaan uit elementen die op aarde aanwezig zijn. Een nucleair-bioloog en collega van Dr. Mack heeft proeven gedaan met een implantaat dat uit de neus kwam van iemand die beweerde ontvoerd te zijn. Het was niet van natuurlijke oorsprong, maar mogelijk van kunststofvezel.
Onbetrouwbare herinneringen.
Kevin McClure, lid van de Society of Psychical Research beweert dat veel onderzoekers die de hypnotische regressietechniek gebruiken, geen bevoegd psycholoog zijn. En McClure beschuldigt degene die wel bevoegd zijn van het inprenten van herinneringen. Ze stellen suggestieve vragen, waardoor de slachtoffers worden aangemoedigd zich dingen te herinneren, die in het ontvoeringsscenario passen. McClure zegt verder, dat het zogenaamde "False Memory Syndrome" (FMS=Vals Geheugen Syndroom) verantwoordelijk kan zijn voor de verhalen van ontvoerden. FMS is een aandoening waarbij het onderbewuste een herinnering "fabriceert" om een jeugdtrauma, zoals verkrachting te vervangen. Sceptici redeneren, dat menig ontvoerde onderbewust een ontvoering gebruikt om een traumatische ervaring uit het verleden te verbergen.
Kunstmatig opgewekte herinneringen.
Volgens de psychologe Susan Blackmore kunnen ontvoeringservaringen kunstmatig worden opgewekt door stimulering van de temporaalkwabben (een deel van de hersenen waar het geheugen zetelt). Deze theorie werd door een Canadees onderzoeksteam gedemonstreerd. Ze ontwierpen een apparaat dat met een elektrisch veld de achterste hersenen zó prikkelde dat iemand die nooit eerder had beweerd te zijn ontvoerd, een ontvoeringservaring kreeg. Albert Budden, schrijver van het boek Allergies and Aliens, had een soortgelijke verklaring. Hij is ervan overtuigd, dat ontvoeringen door buitenaardse wezens worden veroorzaakt door elektromagnetische vervuiling. Budden gelooft dat de elektromagnetische straling in de atmosfeer sterk genoeg is om de temporaalkwabben van de hersenen van "ontvoerde" mensen zó te prikkelen, dat ze denken een ontvoering te hebben meegemaakt. Hij zegt: "Het is duidelijk dat alle ontvoerden sterk op elektrische prikkels reageren. Hun ervaring is een symptoom van hun allergische reactie op elektromagnetische velden in het milieu."
Maar volgens onderzoekers als Hopkins, Jacobs of Mack snijdt geen van deze theorieën hout. Voor hen laat het bewijs voor ontvoering door buitenaardse wezens weinig heel van al die psychologische redeneringen van de sceptici.
De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat Travis Walton niet aan een of andere geestesziekte leed toen hij werd ontvoerd. Het is ook onwaarschijnlijk dat alle zes collega's van Walton tegelijkertijd hallucineerden. En de leugendetector gaf aan dat ze geloofden Walton te hebben zien ontvoeren.
Overactieve verbeelding en temporaalkwabben kunnen niet de littekens verklaren, of de implantaten, die uit lichamen van ontvoerden zijn gehaald. En nu komen UFO-logen met de theorie dat resten van afgeslacht vee nóg meer bewijs vormen voor het feit dat buitenaardse wezens wereldwijd experimenten uitvoeren. Voorlopig moet deze samenhang nog bewezen worden.